Nederlandsch Economisch-Historisch Archief

Bijzondere Collecties NEHA

Nürnberger Chronik

Signatuur Bijzondere Collecties 500
Periode 1572-1583
Omvang 0,11 m.
Verwerving Aankoop bij Heck, Wenen, november 1928. Aan de binnenzijde van het voorplat ex-libris van Joh. Christophorus Wagenseilius; op het schutblad signatuur in potlood - No.10761 Nurnberger Chronik. (Johann Christoph Wagenseil, 1633-1705, was vanaf 1667 achtereenvolgens hoogleraar geschiedenis en publiekrecht, Oosterse talen, en canoniek recht aan de universiteit van Altdorf bij Neurenberg). Verder op het voorplat signaturen in inkt van Seligsberg, Bayreuth (Catalog 163, N. 255a en 400/1879 hs). Op de binnenzijde van het achterplat een stempel: [Bun]desdenkmalamt Wien, vermoedelijk i.v.m. de Denkmalschutzgesetz van 1923.
Systematische indeling L. Diversen

Nadere omschrijving

Kroniek in handschrift over de stad Neurenberg in de periode 1572-1583.
Volgens de Catalogus der internationale economisch-historische tentoonstelling, Amsterdam 1929, p. 61 wordt in 1573 de omvang van het faillissement van een Neurenberger koopman gemeld.
De taal van deze kroniek is Duits. De titel, op de rug weergegeven als "Nürnberger Chronik 1582", is een latere toevoeging. Op de laatste verso staat een doorgehaalde opdracht: "Viro summe reverendo atque exellentissimo. Domino Johanno Christiano [K]nebel, urbis ecclesiae antistiti et consistorii assessori maximo gratie conspicuo, cognati meo aeternum venerando qui est Onaldi." De "Vorrede an den Leser" is in 1572 gedateerd. Ook het register heeft slechts op fol.3-236 van de kroniek betrekking. Blijkbaar hoort de periode 1572-1583 niet bij de oorspronkelijke opzet.

Indeling:
1 deel, [1] + fol. 1-43 + fol. 1-236 + 20 fol.:
Blanco (fol.1);
Vorrede an den Leser, met de initialen C.[A.]W. (fol.2);
Register nach Ordnung des Alphabets (fol.3-43, insertie na fol.7);
Ruhm und Stand der Stadt Nürnberg (fol.1-2);
Chronica (fol.3-256). Vanaf fol.236 ontbreekt de foliëring.

Materiaal:
Papier, 210x311 mm. De pagina's zijn met inkt verdeeld in een tekstgedeelte en vier marges.De foliëring staat rechtsboven; de katernindeling (bij het kroniekdeel, fol.3-204) midden onder. Bij het papier en de wijze van inbinden is van een cesuur in 1572 niets te merken. De leren band (315x220 mm) is in de rug verstevigd met 5 banen touw. Aan de open zijde drie stellen gaten (3, 2, 3) voor sluitwerk. De platten zijn versierd met een blind ruitenpatroon. De rug is provisorisch met garen gerepareerd en de binnenzijde van de platten beplakt met dun in kleur bedrukt karton.

top