Nederlandsch Economisch-Historisch Archief

Bijzondere Collecties NEHA

Oost-Indische Compagnie (eerste aanvulling)

Signatuur Bijzondere Collecties 543
Periode 1775-1794
Omvang 0,01 m.
Verwerving Onbekend (maar deels vóór 1976, zie Jaarboek NEHA 1976, 336: Oude signatuur KA 338 Aflossingsbiljetten behorende bij obligaties ten laste van de Hollandse kamers der Oost-Indische Compagnie, ca. 1790, 5 stukken); Quaritch, Augustus 2007 (7)
Systematische indeling G. Bank- en verzekeringswezen en zakelijke dienstverlening; Effectenhandel en handelsbanken

Nadere omschrijving

Berichten van aanvoer, veilingprijzen, stukken betreffende geconverteerde anticipatiepenningen en afbeelding betreffende de Verenigde Oost-Indische Compagnie.

Zie ook Imhoff, Bijzondere Collecties 121, Instructies, Bijzondere Collecties 122, Ghiessen, Bijzondere Collecties 123, Mossel, Bijzondere Collecties 124, Reedenkundig Berigt, Bijzondere Collecties 126.

Inventaris
  1. Uittreksel Kamer Middelburg, 1668. Voor de Kamer Amsterdam zie Bijzondere Collecties 119.
  2. Veilingen
    1. 'By onzen Compagnie alhier of Zeeland 18.11.1754 geordineerd', hs 1754.
      Twee kladjes over dezelfde aankopen; een met de verkopende VOC-kamers? (ook Rotterdam en Hoorn); een met totaalbedragen.
    2. 'Notitie van het geen bij d'Oost Indische Compagnie bij de kamer Amsterdam & bij de kamer Zeeland den 18.11.1754 gekogt', hs 1754.
      Aankoop bij kamer Amsterdam 18.11, bij kamer Zeeland 21.11 en 02.12, met totalen en namen van kopers? Maar ook posten: 'Particulieren' en: 'Bij Engeland gekogt'.
    3. Notitie voor G. Kops van P. Matthes & Zoon betreffende textiel, op 16.11.1763 bij de VOC alhier [te Amsterdam?] gekocht, hs 1763.
      Met waarschuwing, over zijn bemiddeling te zwijgen. De veiling wordt aangekondigd in Commerciële couranten, Bijzondere Collecties 472, AUCT.A.7.01. Afloop in Veiling, Bijzondere Collecties 125.
  3. Lading van retourschepen, drie krantenberichten 1775, 1784, 1787.
  4. Prijzen van de thee, verkocht op 06.08.1794, krantenbericht.
  5. Financiering
    1. Twee aflossingsbilletten behoorende by obligatiën gesprooten uit de geconverteerde recepissen van anticipatiepenningen ten lasten de Hollandsche Kameren der Oost-Indische Compagnie. Zie ook Temming, Bijzondere Collecties 127
    2. Afbeelding van het trekken der loterij van de O.I.C. op de zaal boven de manege te Amsterdam, 1785.
    3. Lyst der uitgelote nommers van obligatiën ten laste van de Generale Oost-Indische Compagnie welke op 10-12 november ter aflossing zyn uitgetrokken
      - uit Algemeene Konst- en Letterbode van 26.11.1790. Volgens George Craufurd [EHB W 1815:1] zijn in 1787 3% anticipatiepenningen omgezet in 21½% schuld met de verplichting, die vanaf 1790 in 46 jaar door loting af te lossen. 1.500 biljetten van ƒ1.000 zijn tot 1797 uitgeloot; 19.000 biljetten zijn in 1815 nog in omloop. Volgens Cornelis de Heer, Bijdrage tot de financiëele geschiedenis der Oost-Indische Compagnie, Rotterdam 1929, p. 82 is er 16.11.1791 een premielening van 10 miljoen met vrijwillige conversie van anticipatiepenningen.
  6. Convocatie Kamer Delft, 1796.
  7. Convocatie door David Grenier Verwout Noiret van hoofdparticipanten van de Kamer Zeeland tot electie van kiezers in de vacature, ontstaan door het overlijden van Cornelis Galenus Paspoort (1722-27.04.1778). 29 hoofdparticipanten eligeren op 16.07.1778 zes kiezers. Deze zes kiezers maken op 17.07.1778 samen met drie bewindhebbers een nominatie van drie voor de stad Middelburg. Willem V benoemt op 01.08.1778 de eerste op de nominatie, David Grenier Verwout Noiret (1746-31.10.1778), tot Bewindhebber.
  8. 't Oost-Indisch Huys, houtsnede, z.j.
    - B. Mourik excudit. In Mercurius 1785 IIe stuk, p.188.
top